Van Mandeville naar Black RiverHet is niet opvallend om in Jamaica voetgangers te zien, maar in Mandeville is wandelen een gewoonte geworden. Mandeville ligt hoog en het is er relatief koel. Het is er ook groen en de lucht is zuiver. Perfecte condities voor een verfrissende wandeling dus. Iets wat de inwoners van dit stadje maar al te graag doen.Het was juist die koelte die in het verleden veel Engelse kolonisten deed besluiten te verhuizen van de hete vlaktes aan de kust naar het hoger gelegen Mandeville. En tot op de dag van vandaag straalt het stadje een Engels sfeertje uit.
Veel mensen besteden hun vrije tijd bij de Manchester Club, de oudste golf club van de Caribische regio. Negen holes liggen er in de groene heuvels. Er naast liggen tennis- en squashbanen en een zwembad voor de actieve sporter.

Het stadhuis van Mandeville
Natuurliefhebbers komen ook naar Mandeville. Het barst er namelijk van de vogels. Van alle soorten in Jamaica zijn ze -op twee na- allemaal te vinden in deze regio. Tuinliefhebbers kunnen wandelen door de geurige velden van Miss Stephenson's Garden. Deze tuin heeft vele prijzen van de Mandeville Horticulture Society gewonnen en herbergt vele orchideeën.
Miss Stephenson’s Garden is tevens de bakermat van een typische Jamaicaanse vrucht: de ortanique. De kruising sinaasappel en tangerine is uniek, vandaar de naam.
Net buiten de stadsgrenzen leiden schilderachtige routes je naar alle hoeken van Jamaica. Naar de groene heuvels van Christiana bijvoorbeeld. Of via rijke agrarische regio’s weer naar beneden richting Spanish Town en Kingston. Ook naar beneden, maar dan wel de andere kant op ligt de turquoise South Coast op haar bezoekers te wachten.
Neem onderweg dan ook even een kijkje op Bamboo Avenue, een enorme groene tunnel van over de weg hangende bamboe die vroeger de reiziger een schaduwrijke rustplaats gaf op de lange weg naar Kingston. Langs de weg kun je vers fruit en verkoelende drankjes kopen.

Bamboo Avenue
Niet ver van Bamboo Avenue ligt het stadje Black River, een must voor de eco toerist.
Het water in de moerasdelta van Black River is brak als er tijdens de vloed zout water vanuit zee binnen stroomt en zich vermengt met het zoete water uit het binnenland. Dit zijn de perfecte condities voor mangroves. De planten vormen een gordijn van dikke wortels en zo is er een bijna ondoordringbare omheining ontstaan die de rivier scheidt van de drassige moerasgebied er achter.
De mangroves zijn het domein van de krokodillen. Met een gids kun je de mangroves in om deze wonderlijke dieren te bekijken. Echt bang hoef je niet te zijn, deze soort is tamelijk ongevaarlijk, hoewel je ze natuurlijk niet boos moet maken. Sterker nog, soms zie je locale vissers op slechts een paar meter van een krokodil zwemmen (jawel,
zwemmen) om met een speargun een visje te vangen voor de avond maaltijd!
De mangroves bieden nog veel meer overigens: unieke rietsoorten, reuze varens, een 35 jaar oud mierennest, enorme lelies en bossen waar duizenden reigers hun nest bouwen.
Leuk om te weten: de Black River is met zijn 44 mijlen (een dikke 70km) de langste rivier in Jamaica. Hij dank zijn naam aan het veengebied waar hij zich en weg door heen slingert en dat het water zijn karakteristieke zwarte kleur geeft.

Mangroves nabij Black River
Er zitten trouwens ook nog lekkernijen in het water.
Met draadvallen wordt de blauwe Marie krab gevangen. En voor garnalen wordt nog altijd een traditionele val gebruikt, gemaakt van bamboe naar een oud Afrikaans ontwerp van zo’n 400 jaar geleden. De val, in de vorm van een omgekeerde fles, lokt de garnalen met kokosnoten en sinaasappelen naar de hals van de fles. Na een dag of twee, drie wordt de fles ‘leeggeschonken’ en de garnaaltjes liggen voor het oprapen. Slim, nietwaar?
In Middle Quarters kun je deze garnalen, vers bereid, langs de weg kopen – een ware delicatesse.